Aanvalsopbouw over de as
Een keeper, een tweetal centrale verdedigers, een aanvallende middenvelder en een spits.
Beginsituatie aanvalsopbouw
De opbouw van iedere aanval begint bij de centrale verdedigers, waarbij iedere speler zijn eigen positie inneemt: twee keer een centrale verdediger (3 en 4), de centrale middenvelder (10) en een aanvaller (9) (zie tekening 1).
Uitvoering
- 3 speelt naar 10;
- 3 loopt richting 9;
- 10 speelt op 4, die diep op 9 speelt;
- 9 speelt de bal richting opkomende 3, die vanaf 20 meter schiet.
Variatie 1 (zie tekening 2)
- 3 speelt 10 aan en loopt door;
- 10 kaatst op 3 en loopt rechtsdiagonaal;
- 3 speelt diep op 9;
- 4 heeft zich inmiddels aangeboden en krijgt bal breed van 9;
- 4 kan gaan voor het schot of de bal breed spelen op 10.
Variatie 2 (zie tekening 3)
Uitbreiding met keeper (1) en centrale verdediger verdedigende partij (5)
- 1 speelt op 5, ontvangt bal terug en speelt diep;
- 5 gaat in de dekking op 9;
- aanvallende partij komt in balbezit;
- 3 speelt op 10;
- 10 kaatst op 3 en sprint diagonaal rechts;
- 3 speelt diep op 9, daarna de 2:1 situatie snel uitspelen.
Variatie 3
- uitbreiding met een vleugelverdediger bij de verdedigende partij (2) en een rechtermiddenvelder (6) en een rechterspits (7) bij de aanvallende partij.
- 2 passt op 6, waarna hij onmiddellijk positie kiest tussen 6 en 7;
- 6 en 7 moeten 2 in samenspel passeren en vanaf de achterlijn een voorzet geven;
- op het moment dat de trainingsvorm door middel van een schot of schotkans is afgelopen, kiest 9 positie, evenals 3 of 4, om de voorzet van de flank op doel af te ronden. Deze variant is natuurlijk ook mogelijk vanaf de andere kant, en zelfs vanaf beide kanten. Hierbij is het heel belangrijk om goed op de timing en de start van de verschillende onderdelen te letten.
Ton Heimerikx:“Deze oefening biedt ontzettend veel variatiemogelijkheden. Je kunt deze oefening gebruiken om te trainen op de verschillende soorten passes. Daarbij kun je de spelers ook op de verschillende posities neerzetten, zodat ze met alle aspecten, vanuit alle situaties te maken krijgen. Daarnaast is deze oefening heel goed bruikbaar als trainingsvorm voor de opbouw van een aanval over de as van het veld. Daardoor breng je de verschillende loopbewegingsmogelijkheden van de verschillende posities in de praktijk en oefen je de verschillende manieren van opbouwen. Tevens is het mogelijk om bijvoorbeeld de aanvaller te laten dekken door een verdediger. Ook kun je tegelijkertijd op hetzelfde speelveld de vleugels laten meedoen. De spelers zijn deze oefening weer goed coachbaar.”



Aanvalsvorm 1:
Aanvalsvorm 1:
Organisatie:
- 3:1 in het opbouwende vak / 4:3 + K in het aanvallende vak
- Het drietal in het opbouwende vak probeert onder druk van één verdediger de aanvallers aan het spelen
- Na het inspelen spelen we in het aanvallende vak 4:3 + K
- Aanvallers scoren in het grote doel
- Verdedigers scoren door de verdediger in het andere vak aan te spelen.
Wisselen: na 5 pogingen wisselen de aanvallers met de opbouwers en wordt de plaats van de verdediger in het opbouwende vak door een andere verdediger ingenomen.
Variaties centrale verdediger:
1. Verdediger wordt actief als de spits wordt ingespeeld
2. De verdedigers zijn altijd actief.
Opbouw in een training
Ontdekfase: 4:2 + K
Trainingsfase: 4:3 + K
Wedstrijdfase: 5:5 wedstrijdvorm
Coachprikkels:
Diepe spits
- Zorg dat je aanspeelbaar bent
- Doe een vooractie en vraag vervolgens de bal
- Als je niet vrij bent, probeer het dan opnieuw.
De speler die inspeelt
- Speel de bal weg van de verdediger
- Let op de balsnelheid
- Probeer je medemaat zo makkelijk mogelijk aan te spelen.
Opbouwmogelijkheden
- 4:2 + K
- 4:3 + K
- 4:4 + K
- 5:4 + K
