Duel 1:1
Doel
het verbeteren van het duel één tegen één aanvallend met een tegenstander vóór je op de as van het veld, in combinatie met passen en afwerking op doel met keeper
het verbeteren van het duel één tegen één aanvallend met een tegenstander vóór je aan de zijkant van het veld, in combinatie met passen/trappen en afwerking op doel met keeper
Organisatie
twee verdedigers aan beide kanten van het doel
groot doel met keeper
op de middenlijn staan vier aanvallers verspreid in de breedte
de ballen liggen op de achterlijn
Inhoud
de verdediger passt vanaf de achterlijn richting een vleugelaanvaller
er volgt een breedtepass naar het centrum
de aanvaller zoekt met de bal de verdediger op en probeert te scoren op het doel
de verdedigers draaien door
de verdedigers scoren na balverovering door vooruit te passen of desnoods terug op de keeper te
passen
zowel over links als over rechts
het accent ligt op het duel één tegen één door het centrum
Methodiek
eindigen met wedstrijdvorm: punten bijhouden. Vier ballen, hoe vaak scoren de aanvallers, hoe vaak scoren de verdedigers? Bij gelijke stand om de winnende goal spelen.
Coaching
agressief
-‘Vraag agressief en vol overtuiging om de bal. Degene die jou aanspeelt, moet niet twijfelen waar jij die bal wilt hebben. Hier!’
aanname
-‘Neem de bal vooruit mee. Je wilt zo snel mogelijk scoren. Ondertussen weet jij –en voor de verdediger wordt het een verrassing- wat je gaat doen.’
creativiteit
-‘Vraag de bal overal. Beperk je niet alleen tot steeds dezelfde richting. Als een pass onnauwkeurig is, gebruik dan je fantasie en los de nieuwe situatie snel op.’
Variatie
accent verleggen naar de individuele actie aan de zijkant van het veld: de verdediger passt naar een centrale aanvaller waarna wordt geopend richting een flank (zie tekening).
geef de verdediger een keus bij de passing: direct naar de middenlijn passen of via een tweede verdediger in het zestienmetergebied die doordraait.
met tijdslimiet van 10 seconden vanaf het moment dat de vleugelaanvaller de bal ontvangen heeft. Hiermee dwing je hem doelgericht en snel zijn actie in te zetten. Indien nodig hardop tellen als het te lang duurt.
Duel 1:1
Doel
het verbeteren van het duel één tegen één aanvallend met een tegenstander vóór je in een wedstrijdvorm
Organisatie
heel veld, twee grote doelen met keepers
voldoende ballen in beide doelen
op iedere helft wordt 2:2 gespeeld (samen 4:4 met keepers)
beide teams hebben eigen kleur hesje aan
Inhoud
de keeper speelt een verdediger op eigen helft aan
de verdediger speelt een aanvaller aan
de aanvaller neemt de bal aan en afhankelijk van de situatie (van welke positie krijg je de bal, waar is je verdediger, waar is je medespeler en waar is het doel?) maakt hij een keuze voor het opendraaien, waarna een individuele actie volgt of de combinatie met zijn medespeler
na balverlies moet er snel worden omgeschakeld: dat betekent snel terugsprinten en niet slechts rustig terug lopen (dit moet een gewoonte zijn)
groot veld voor relatief weinig spelers: er wordt ook aan conditie en mentaliteit gewerkt. De overige acht spelers hebben tijdelijk rust. Let op arbeid/rustverhouding
met tijdslimiet van 10 seconden vanaf het moment dat de aanvaller de bal heeft ontvangen
Methodiek
Na een balverovering wordt er direct doorgespeeld. Dan worden dus de andere aanvallers aangespeeld
aanvallers moeten ook aan de zijlijn de bal vragen. Hierdoor worden de verdedigers uit elkaar gespeeld
drie aanvallers tegen twee verdedigers in het aanvalsvak. De keeper bouwt niet meer op, maar speelt direct een aanvaller aan. De verdedigers van de andere partij moeten ‘doorsluiten’.
met invloed van het publiek. De ene helft van het publiek moedigt team A aan, de andere helft van het publiek moedigt team B aan. Er komt een extra druk (weerstand) maar ook stimulans op beide partijen te liggen
Coaching
wegblijven
-‘Als je medespeler aan de bal, blijf dan weg. Je geeft hem dan méér ruimte voor de individuele actie.’
actie
-‘Kaats de bal niet (veilig) terug, maar draai open en maak een actie. Je hele arsenaal aan bewegingen staat tot je beschikking.’
omschakeling
-‘Als je als aanvaller een kans hebt gemist, moet je snel omschakelen. Kom direct terug in de organisatie.’